De broers, de zus en de erfenis

Toch nog onverwacht overleed moeder. Vader was haar een paar jaar geleden al voorgegaan. Toen moeder vorig jaar ziek werd ging ze naar een verzorgingstehuis. Het leek haar zoon Pieter verstandig om haar huis te verkopen. Hij wist wel een koper. Maar dat wilden broer Jan en zus Thea onder geen beding. Moeder zou toch gewoon weer teruggaan naar huis als ze weer beter was? Nu zitten ze met de uitvaartverzorger bij de coördinator van het verzorgingstehuis.

‘Ik heb het toch gezegd? Ze komt er hier niet meer levend uit! En jullie maar denken dat ze weer thuis zou gaan wonen. En nu is ze dood en is er niks geregeld!’ barst Pieter uit tegen zij broer en zus. ‘Een paar jaar geleden hadden we er nog goed uit kunnen springen met dat huis. Maar je zult zien, door de crisis staat het nu onder water! Kunnen wij straks haar hypotheek afbetalen – in plaats van erven. Omdat jullie je kop in het zand staken! Iedereen zag haar achteruit gaan. Behalve jullie! Omdat je zo graag wilde dat ze bleef leven.’ briest hij.

’Natuurlijk wilde ik dat ze bleef leven!’ zegt Jan. ‘Jij niet dan? Maar haar huis verkopen, dat was toch helemaal het verkeerde signaal? Ze was ziek, niet aan het doodgaan!’ En Thea, huilend: ‘Jij was alleen maar haar geld bezig. Niet met haar! Nooit schreef je iets in haar bezoekschrift. En dat geldt ook voor jou Jan! Ik stond er alleen voor, helemaal alleen! Maar goed, het heeft één voordeel. Ik weet tenminste wat moeder wilde.

Dit zou moeder nooit gewild hebben

‘Nou, dat zullen we nog wel eens zien,’ zegt Jan, die nu ook boos wordt. ‘Moeder heeft niets geregeld, dus dan heeft ze nu ook niets meer te willen. Want als ze geweten had wat ze wilde, dan had ze het ook wel geregeld.’ ‘Dat hoefde ze ook niet,’ zegt Thea, ‘want ze heeft het mij verteld. Ze wilde begraven worden in zo’n mooie kist. Zo een die je wel op tv ziet.’

‘Begraven?’ roept Jan. ‘Kom op zeg, dan zitten we nog jaren met een graf dat we moeten onderhouden! Weet je hoe duur dat is? Waarom niet cremeren?’ Thea trekt wit weg en stamelt: ‘Oh nee hè… Dat zou moeder echt nooit gewild hebben.’ Maar haar broers horen haar niet, want Pieter heeft ondertussen gezegd: ‘Als we haar huis op tijd verkocht hadden was geld helemaal geen probleem geweest!’ Waarop Jan hem toesnauwt: ‘Jaja, ‘verkocht’. Aan een van jouw onroerend goed vriendjes zeker!’

De coördinator van het verzorgingstehuis wordt het teveel. Maar de uitvaartverzorger heeft dit al eens vaker meegemaakt. Hij stelt voor om een mediator in te schakelen. ‘Een mediator? Hoezo?! Dit kunnen we toch zelf wel regelen?’ zegt Jan. ‘Is dat zo?’, vraagt de uitvaartondernemer. ‘Maar dat kost alleen maar geld!’, roept Pieter . ‘Misschien kost dit nog veel meer,’ zegt Thea stil voor zich uit. Ze kijken elkaar aan. En begrijpen dat ze hier wel wat professionele hulp bij kunnen gebruiken.

Geen schulden en een goed gevoel

Onder leiding van de mediator gaan ze om tafel. Moeder wordt begraven in een ingetogen, eenvoudige kist. De mediator schakelt een notaris in die voor hen een verklaring van erfrecht en een boedelbeschrijving opstelt. Ze aanvaarden de erfenis – onder het voorbehoud dat ze er zonder schulden van afkomen.

Bij de verkoop hebben ze geluk, er blijft precies genoeg over om de begrafenis van te betalen. Geld houden ze er niet aan over. Wel een goed gevoel. Want tijdens de gesprekken bij de mediator komen er steeds meer verhalen over vroeger naar boven. Jeugdherinneringen, de relatie van hun ouders. In de ontspanning van de mediation spreken ze over hun gezamenlijk verleden. Dikke vrienden worden ze niet, maar ze begrijpen elkaar.

Meer verhalen: