De burger, de ambtenaar en de belastingaangifte

‘U vertrouwt me gewoon niet!’ zegt de man verontwaardigd. Ingehouden antwoordt de medewerker van de belastingdienst: ‘Ik stel u deze vragen om er zeker van te zijn zijn dat u het hele verhaal hebt verteld.’ De man, bozer: ’Natuurlijk is dit het hele verhaal! Wat wilt u nog meer van mij weten? Jullie weten al veel meer van me dan me lief is. Is er nog iets privé?! Dit is Big Brother!’ ‘Ik moet u deze vragen stellen om zeker te weten dat het klopt wat u vertelt.’ antwoordt de ambtenaar onderkoeld.

Nu wordt de man woedend: ‘Wat?! U zegt dat ik lieg?! Waar bent u van? De Stasi?!’ ‘Nee hoor. Ik ben van de Belastingdienst. Wij zijn volgens de wet gerechtigd u vragen te stellen. En u bent verplicht ze te beantwoorden. En dat kunt u maar beter doen ook. Want zoals u misschien wel weet hebben wij manieren om alle gegevens die we nodig hebben boven water te krijgen,’ antwoord de ambtenaar ijskoud. ‘Nu gaat u nog dreigen ook! Nou wordt ie helemaal lekker!’ ‘Nee hoor, ik vertel u alleen wat wij kunnen doen als het nodig is.’

U weet niet welke problemen ik heb

Samen zitten ze bij de mediator. Een mediator van de Belastingdienst. De man vertrouwt het voor geen meter. En de ambtenaar wantrouwt de mediator. Mediation, softe boel. ’Zo. Zijn jullie klaar?’ vraagt de mediator. De twee mannen kijken haar aan. De burger boos, de ambtenaar koel. ‘Of willen jullie nog even doorgaan en het nog erger maken?’ ‘Die vent haalt me het bloed onder de nagels vandaan! Ik word zo boos van zoveel arrogantie!’ zegt de burger. ‘Nee zeg. Wat dacht u van uzelf?’ zegt de ambtenaar. ‘Denkt u dat ik nou echt me zo laat beledigen?’

’Hohoho, daar gaan we weer!’ zegt de mediator. ‘Ja, als jullie nog niet klaar zijn moet je nog maar even doorgaan hoor! Maar willen jullie dit?’ ‘Nee natuurlijk niet!’ zegt de burger. ‘Ik loop hier helemaal van leeg. Maar ik kan er gewoon niet tegen als iemand me niet vertrouwt.’ De mediator kijkt vragend naar de belastingambtenaar. ‘Het is niet dat ik u niet vertrouw. Maar ik moet echt zeker weten dat uw verhaal klopt. Als dat namelijk niet zo is kan ik grote problemen krijgen’.

‘Hoezo dan? Problemen? U gaat hier toch over?’ vraagt de man. ‘Dat lijkt misschien zo, maar ik moet mij kunnen verantwoorden. Naar mijn directe collega’s die vergelijkbare zaken behandelen. En naar mijn leidinggevende – die weer te maken heeft met zijn leidinggevende en uiteindelijk de politiek.’ Waarop de man boos zegt: ’U heeft het over problemen. U wilt niet weten welke problemen ík heb!’

‘Welke problemen heeft u dan?’ vraagt de mediator. ‘Dat zal ik u zeggen! Wilt u het echt weten?’ ‘Ja,’ zegt de mediator. ‘Nou daar gaan we,’ zegt de man. ‘U weet, ik ben ZZP’er. Werk zelfstandig, en dat doe ik graag. Werken op mijn eigen manier. Ik houd het niet uit bij een baas. Mensen die mij vertellen wat ik moet doen, daar krijg ik wat van. En ik hoor u al denken: ZZP’er. Weer zo’n Zwakzinnige Zonder Pensioen. Zoveel mogelijk belastingaftrek, zo min mogelijk belasting betalen. Maar het gaat mij om mijn vrijheid. Mijn eigen zaakjes kunnen regelen. Daarom heb ik ook geen belastingadviseur. Ik wil het allemaal zelf kunnen.’

Ik krijg wat van regels

‘Maar wat is nu uw probleem?’ vraagt de mediator. ‘Het zit zo tegen,’ vertelt de man – terughoudend, verlegen. ‘Het begon met de crisis. Minder opdrachten, tegen lagere tarieven. Toen werd mijn partner ziek. Ik stond er alleen voor. Ze werkte altijd mee, en ze deed de hele administratie. Dat ben ik toen zelf gaan doen. Inmiddels kan mijn vrouw het huishouden niet meer doen. De buurvrouw helpt haar, maar ik heb geen geld om haar iets te kunnen betalen.
Omdat mijn vrouw steeds slechter ter been werd moesten we het huis aanpassen. In een paar stappen. Daarvoor heb ik twintig mille geleend. Maar dat heb ik pas geleend toen een deel van die verbouwing al achter de rug was. Want ik dacht aanvankelijk dat ik het wel uit de zaak kon betalen. Dat deed ik ook, maar toen had ik even later toch een groot cash flow probleem. Ik moest lenen om mijn leveranciers te kunnen betalen. Eigenlijk vanwege die verbouwing. Want wat ik leende was ook precies wat die aanpassingen gekost hebben. Daarom vind ik het een hypothecaire lening.’

De belastingambtenaar heeft het met stijgende verbazing zitten aanhoren. ‘Maar, waarom vertelt u dit nu pas? Nu begrijp ik ook waarom uw belastingaangifte zo onbegrijpelijk is. Waarom u sommige kosten, die echt niet aftrekbaar zijn, probeert af te trekken, terwijl u andere mogelijkheden over het hoofd ziet. U heeft geen boekhouder, en u heeft geen belastingadviseur! Dat is misschien goedkoper, maar ondertussen doet u zichzelf tekort. En zet u de Belastingdienst op het verkeerde been!’

‘Maar dat doe ik toch niet expres!’ zegt de man, die zich weer boos voelt worden. ‘ik kon niet anders!’ ‘Nee dat zal best, maar ondertussen heeft u mij wel voor een stasi uitgemaakt. Hoe denkt u dat dat voelt?!’ zegt de ambtenaar. ‘Denkt u dat ik dan zin heb om naar u te luisteren? Of iets voor u te doen?! Ik heb me aan regels te houden. En u trouwens ook.’ ‘Ik krijg wat van regels!’ zegt de man stil voor zich uit.

Meedenken

‘Maar als die regels er nou toch eenmaal zijn, hoe kunnen we er dan mee omgaan?’ vraagt de mediator. ‘Ik stel voor dat we de regels gewoon toepassen,’ zegt de ambtenaar. ‘Dat kan niet anders. En nu ik meer weet zou dat allemaal wel eens mee kunnen vallen. Want sommige dingen die u wilt aftrekken kunt u echt niet aftrekken. U kunt nu eenmaal geen hypotheekrenteaftrek krijgen op een consumptieve lening. Met wat u nu vertelt moeten we daar samen nog eens goed naar kijken. Misschien zijn er ook nog andere wettelijke mogelijkheden omdat uw partner langdurig ziek is. Ik wil met u bekijken of er een andere regeling is met betrekking tot die aanpassingen aan uw huis. En wie weet wat er in de sfeer van toeslagen of een PGB nog mogelijk is.’
Verbaasd kijkt de man op. Hoort hij het goed? Denkt de ambtenaar met hem mee? Kan hij dit vertrouwen? De belastingdienst is er toch op uit om hem zoveel mogelijk belasting te laten betalen? ‘Wij zijn er niet op uit om u het vel over de neus te halen,’ gaat de ambtenaar verder. ‘Of om uw problemen nog groter te maken dan ze al zijn. Maar we moeten ons wel aan te regels houden. En daarbinnen denken we graag met u mee. Maar dan moeten we wel weten hoe het zit. Anders kunnen we ook niet meedenken.’

Weer lachen

‘Nou, zo maar doen dan?’ vraagt de mediator. ‘Ja, beter,’ zegt de man. ‘Graag,’ zegt de ambtenaar. En tegen de man: ‘En overweegt u alstublieft een boekhouder die ook uw belastingen doet. Dat kan u in de toekomst een hoop ellende schelen. En sterkte thuis.’ De man kan weer lachen. Voorzichtig, dat nog wel.

Meer verhalen: