De jonge moeder, de oude man en hun portiek

‘Hoe vaak dat al gebeurd is! Ik doe de portiekdeur open en val met mijn rollator over jullie rotzooi!’ Meneer Verhoeven kan er niet meer tegen en lucht zijn hart bij de mediator. Hij heeft het al vaak ter sprake gebracht bij de familie Ogretir, maar er verandert niets.
‘Ik woon hier al bijna twintig jaar en zij pas drie jaar,’ gaat hij verder. ‘Toen ik hier kwam wonen hadden de buren nog respect voor elkaar. Nu zijn het schreeuwende kinderen die troep maken en ouders die zich er niets van aantrekken.’

‘Ik heb wel anders aan mijn hoofd,’ zegt mevrouw Ogretir. ‘Ik moet in mijn eentje drie kleine kinderen verzorgen. En dan komt die ouwe van hiernaast ook nog eens klagen. En hij begint gelijk te schreeuwen. Ik vind het respectloos zoals hij met ons omgaat!’
‘Respect? Begin daar zelf eens mee!’ zegt meneer Verhoeven met een van woede trillende stem. ‘Ik wil rust in huis en geen schreeuwende kinderen boven mijn hoofd!’
‘En ik,’ schreeuwt mevrouw Ogrerir, ‘ik heb mijn handen vol aan het huishouden! Ik kan niet de hele dag tegen mijn kinderen zeggen dat iets niet mag. Het zijn kinderen, en die maken nu eenmaal lawaai!’

Ik dacht dat het u niets kon schelen

Woedend zitten meneer Verhoeven en mevrouw Ogretir tegenover elkaar. De mediator vraagt meneer Verhoeven wat hem het meest dwarszit.
‘Ik ben slecht ter been. Ik heb niet voor niets een rollator. Ik kan niet over die troep in de gang heen stappen.’ En dan, verdrietig: ‘Het is niet leuk om zo slecht te lopen. Ik kom steeds minder buiten. En alleen al door het idee dat de portiek wel weer vol zal liggen heb ik bijna geen zin meer om naar buiten te gaan. Daardoor voel ik me ook alleen. En er is teveel gebeurd in mijn leven. Met mijn vrouw, mijn kinderen. Ik heb zo’n behoefte aan rust. Ik wil graag nog wat genieten van mijn oude dag, voordat ik ga.’
Mevrouw Ogretirs blik is veranderd, milder geworden. ‘Hoe is het voor u?’ vraagt de mediator aan haar. ‘Mijn man is altijd aan het werk. Ik sta er alleen voor. Ik doe ontzettend mijn best om het zo goed mogelijk te doen. Ik wil mijn kinderen heel graag netjes opvoeden. Maar ze zijn zo druk. Vaak weet ik het ook niet meer. En dan voel ik me zo alleen. Soms is het me gewoon teveel allemaal.’
‘Dat wist ik niet,’ zegt meneer Verhoeven. ‘Ik dacht dat het u allemaal niets kon schelen. Dat het u koud liet hoe de kinderen soms doen. Dat ze schreeuwen en rotzooi maken.’
‘Nee, ik vind het verschrikkelijk,’ zegt mevrouw Ogretir. ‘Ik kan er zelf ook niet tegen. Maar soms weet ik ook niet meer wat ik er aan moet doen.’

Opgelucht

De boosheid begint bij allebei te zakken. Ze zien van elkaar dat ze het allebei niet makkelijk hebben. Onder leiding van de mediator maken ze met elkaar afspraken. Voortaan gaan ze respectvol met elkaar om. Ze schreeuwen niet meer tegen elkaar. Mevrouw Ogretir let erop dat haar kinderen geen troep meer laten slingeren in de portiek, zodat meneer Verhoeven weer rustig naar buiten kan. En meneer Verhoeven zal de kinderen op een vriendelijke toon aanspreken als hij ziet dat er iets niet goed gaat. Ze kijken elkaar opgelucht aan.

Meer verhalen: