De medewerker en de nieuwe manager

‘Ik werk hier al meer dan 25 jaar op de boekhouding. Inmiddels ook ‘s avonds en in de weekenden. Met hart en ziel. En nu ineens slechte beoordelingen?! Hoe harteloos kun je zijn tegen iemand die altijd zo trouw is aan het bedrijf?!’ Hans is inmiddels vier maanden ziek thuis. Wezenloos zit hij op de bank. De telefoon neemt hij niet op. Zijn vrouw en kinderen lijden mee. Op advies van de bedrijfsarts is een mediator ingeschakeld waar hij zijn hart lucht.

Hij is meegegroeid met het bedrijf en met veel zelfstudie opgeklommen tot teamleider. Hij functioneerde goed. Tot hij, na een zoveelste fusie, een nieuwe manager kreeg, Patrick – een stuk jonger dan Hans, en veel beter opgeleid. ‘Hans zijn tempo is te laag,’ zegt Patrick. ‘Hij mist het overzicht. Hij zou zich met beleid en meerjarenplanning moeten bezig houden, maar dat doet hij niet. Hij heeft onvoldoende overzicht en verliest zich in details. Bovendien is zijn stijl van leidinggeven niet van deze tijd,’

‘Ik zit met Hans in mijn maag. Hij heeft veel betekend voor de groei van het bedrijf, maar hij is niet opgewassen tegen de eisen die nu aan hem gesteld worden. Het bedrijf is veranderd en de wereld is veranderd. Het is bovendien crisis. En nu blijkt er een enorme fout te zitten in de jaarrekening die door Hans en zijn team is opgesteld. Dat kan echt niet. En ik maak me grote zorgen over mogelijke andere fouten – missers die ik nog niet weet maar waarvoor ik straks wel verantwoordelijk word gehouden.’

Uit de naad gewerkt

De mediator stelt voor samen om tafel te gaan. ‘Al die kritiek, ik kan er niet langer tegen! Fouten maken is toch menselijk?!’ briest Hans. ‘Dat zal best,’ werpt Patrick hem tegen. ‘Maar je bent wel verantwoordelijk voor de resultaten van je team. Dit soort fouten kunnen we ons niet permitteren. We staan gewoon voor gek!’

‘Ik heb me het afgelopen jaar uit de naad gewerkt. Thuis doorgewerkt. Ingevallen voor medewerkers die ziek werden. Alle ballen in de lucht proberen te houden. Wie staat hier nou voor gek?!’, zegt Hans. ‘Ik maak me grote zorgen. Ben er ziek van. Ik heb mijn hele leven hier al gewerkt maar zo’n keiharde manager heb ik nog nooit mee gemaakt. En ik heb een gehandicapte zoon. Daarvoor moet ik vaak ook eerder naar huis.’

Dat wist ik niet

Dan realiseert Patrick zich ineens dat hij Hans nauwelijks kent. Heel weinig van zijn achtergrond en verleden weet. Van die zoon, dat wist hij niet eens. Hij beseft dat hij vooral een teamleider ziet die niet functioneert, die niet meer mee kan. En zegt: ‘Op deze plek kun je echt niet blijven. Maar ik wil er alles aan doen om te kijken of je ergens anders in dit bedrijf terecht kan.’

‘Maar ik houd zo van werken met cijfertjes,’ zegt Hans. ‘En dat is alleen op deze afdeling. Ik kan binnen het bedrijf nergens anders heen!’ Dan, stiller: ‘Maar ik zie ook wel dat het me boven het hoofd groeit. Het is mij gewoon teveel aan het worden. Het liefst zou ik iets voor mezelf gaan doen. Minder complex. Wel met mensen werken, maar ze niet meer hoeven aansturen.’ Patrick kijkt verrast op: ‘Maar daar wil ik je bij helpen. Ik kan je geen gouden handdruk bieden, maar we gaan wel regelen dat je op een verantwoorde manier voor jezelf kan beginnen. Dat is dit bedrijf aan jou, met zo’n staat van dienst, verplicht.’

Vertrekregeling

En zo gebeurt het. Hans krijgt een goede vertrekregeling. Het begin van een nieuw leven – voor zichzelf, op eigen benen. Kan er ook vaker voor zijn gehandicapte zoon zijn. En Patrick kan een nieuwe teamleider aantrekken.

Meer verhalen: