De twee buren en hun tuin

Meneer Verheij is helemaal klaar met Rosita. ‘Ik vraag je al maanden om die bomen en struiken in je tuin te snoeien. De takken hangen in mijn tuin. Al sinds het voorjaar zoek ik naar dat ene kleine plekje zon op mijn terras. En ik hou niet van groen, dus ik wil die rotzooi van takken en bladeren al helemaal niet in mijn tuin.’

Meneer Verheij en zijn jonge buurvrouw Rosita wonen naast elkaar in kleine rijtjeshuizen. En zitten nu bij de mediator want ze komen er samen niet meer uit. Allebei hebben ze heel bewust voor hun huis gekozen vanwege de tuin op het zuiden. Toen de heer Verheij zijn huis kocht was het winter. Hij was vooral blij met de betegelde tuin, een groot terras zonder groen of grote bomen. Kort daarna kwam Rosita naast hem wonen. Zij houdt erg van groen en verheugde zich op de zomer, als haar hele tuin in bloei zou staan.

Ik had me er zo op verheugd

‘Ik wil kunnen genieten van mijn tuin,’ zegt Rosita. ‘Daarom heb ik dit huis gekocht. Jaren heb ik ervoor opzij gelegd. Ik ben zo blij met al dat groen. Ik laat alles juist graag groeien en bloeien! Het kan mij niet groen en uitbundig genoeg. En ik hou van de schaduw die de bomen en struiken ’s zomers geven. Mijn tuin blijft dan heerlijk koel.’
Meneer Verheij zegt boos: ‘Maar die schaduw valt ook in mijn tuin. Jaren heb ik geen tuin gehad. Ik kon niet naar buiten lopen en lekker in de zon gaan zitten. Eindelijk is het zover, en daar had ik me zo op verheugd. Ook op de ruimte. Een lege tuin, waarin de zon schijnt en waaruit je de lucht kunt zien. Maar het is er donker, en koud. Toen ik het huis kocht, was ik juist zo blij met die open tuin.’

Dat wist ik niet

‘Maar denkt u dat ik blij ben?, vraagt Rosita geprikkeld. ‘Als ik u over de schutting hoor schreeuwen: “Rosita! Ga je nog snoeien, of hoe zit dat?!” Dan zit ik echt niet rustig meer en kan ik niet meer genieten. Maar ik weet ook niet wat ik moet doen. En ik durf niet eens te snoeien, want ik ben veel te bang dat ik het verkeerd doe en die prachtige tuin ruïneer!’
‘Dat wist ik niet,’ zegt meneer Verheij. ‘Ik dacht dat je alles gewoon maar liet groeien. En dan zie ik voor me dat er binnenkort zelfs geen straaltje zon meer in mijn tuin komt.’
‘En ik wist niet dat u zo op de zon gesteld bent. En ook niet dat u uw tuin daarom zo leeg houdt. Ik heb me wel afgevraagd waarom het bij u toch zo kaal is. Maar nu begrijp ik het beter. U vindt dat gewoon fijn.’
‘Ja, een lege tuin met overal zon geeft mij rust. En ik heb niks tegen jou maar wel tegen je boom. Die is echt te groot.’

Afspraken

‘Misschien heeft u wel gelijk. Misschien is het beter om de boom bij te snoeien. Hij is inderdaad wel erg groot aan het worden. En nu ik het er over heb moet ik er aan denken dat ik een vriend heb die mij misschien kan helpen. Die heb ik wel horen vertellen hoe leuk hij snoeien vindt en het graag doet. Die zal ik vragen. Want weet u, ik vind het naar als u niet kunt genieten van uw tuin. En ik vind een goede relatie met mijn buur belangrijk. Dat hoort voor mij ook bij woongenot.’
Onder leiding van de mediator maken ze een aantal praktische afspraken. Rosita houdt in de gaten dat de boom niet groter wordt dan afgesproken, op basis van wat er wettelijk is toegestaan. De heer Verheij schreeuwt niet meer over de schutting maar belt voortaan aan als er teveel schaduw is. Ze ondertekenen de afspraken en lopen al pratend de deur uit.

Meer verhalen: